In het veld – Rivierkreeft in Poltava
Op de roltrap naar de perrons. Tientallen keren vertrok ik daar zelf, voor de veertien uur durende reis naar Lugansk of Odessa. In 2010 werkte ik als biodiversiteitsexpert voor het Euraziatisch steppeprogramma in de Oekraïne – ik schreef er op deze plek al eerder over. In 2010 was de regio nog niet zo beladen als nu. Ik overnachtte daar altijd in hotel ‘Droesjba’, de vriendschap.
Wat nu wrang klinkt. Het is moeilijk voor te stellen hoe het huidige leven daar moet zijn. De mensen met wie ik werkte zijn gevlucht. Omdat ik veel in Oekraïne kwam werd ik gevraagd voor ‘Pellets for power’, een Nederlands biomassaproject in Poltava, een plaats gelegen tussen Kiev en Lugansk. Wageningse collega’s die aan energiegewassen werkten zochten iemand voor de biodiversiteit van rietlanden. Ook moest de communicatie, die moeizaam verliep, vlot getrokken worden – met name toen de Nederlandse projectleider aanmaningen ging sturen voor rapporten en financiële rapportages (in Poltava spreken ze geen Engels), verslechterde de verstandhouding tussen Wageningen en Poltava tot een dieptepunt. Omdat ik me aardig kon redden met steenkolen-Russisch, opgedaan door studie en in de praktijk onderweg, kon ik project een duw in de goede richting geven. In Oost-Europa gaat het toch vooral om persoonlijke relaties: samen het veld in, gezamenlijke lunches of barbecues. Uiteraard met veel wodka, zure bommen en salo (gezouten spek). Dan valt zo’n communicatiehobbel vanzelf weg.
Het rayonhoofd is trots op dit project: het verbindt Poltava oblast met Europa, en misschien kunnen de pellets later geëxporteerd worden. Voordat we het veld ingaan voor de training, moeten er foto’s worden gemaakt in zijn kamer: handen schudden voor de vlag van Oekraïne. Daarna gaan we door naar het veld. Het water staat hoog zo vroeg in het voorjaar, de eerste dotterbloemen zijn zichtbaar, maar verder is alles nog kaal. Dit is ook de nulmeting voor de toekomstige oogst van riet. We noteren locatiegegevens, landgebruik, afstand tot de rivier, bodem en grondwater. Ook vogels, amfibieën en andere soorten. En natuurlijk de geschatte biomassa (dikte, lengte) van het riet. Het is in de rivierdalen polsdik, en wel vijf meter hoog. We karteren alle rietlanden, en testen de methode. Ik train de projectmedewerkers in inventariseren. We zien grote karekiet, roerdomp, stern en voor ons zeldzame amfibieën als de knoflookpad en roodbuikvuurpad.
Tijdens de lunch bij een recreatiehut schuift het rayonhoofd weer aan. Een lokale visser heeft vis bezorgd voor op de barbecue. Een enorme berg kreeftjes wordt uitgestort. Helaas, ik houd niet van vis en nog minder van kreeft. De wodka echter, die ik vanwege de goede verstandhouding wel mee móet drinken, smaakt me beter. Het rayonhoofd kan mijn Nederlandse sigaren (de Olifant) erg waarderen. We gaan nog net geen liederen zingen. Pas ‘s avonds ontdek ik dat ik mijn bijna volle kist sigaren heb laten staan. Bij navraag weet het rayonhoofd natuurlijk nergens van…
THEO VAN DER SLUIS